Honden in beweging.

Prof. Dr. Dr. h.c. Martin S. Fischer Friedrich Schiller Universiteit Jena, Instituut voor Zoölogie en Evolutionair Onderzoek met Fyletisch Museum, Ernst Haeckelhuis en Biologie Didactiek.

Wolven zijn hardlopers op een bijzondere manier, of het nu gaat om het markeren van het enorme territorium of om het achtervolgen van een grote prooi om te doden.

Hoeveel wolf zit er in honden?

De gedomesticeerde wolf heeft geleid tot een verbazingwekkende verscheidenheid van hondenrassen in grootte, gewicht, bouw en algemene verschijning. De redenen voor de grootste diversiteit onder alle gedomesticeerde dieren liggen in de variabiliteit die inherent is aan wolven en in de gevolgen van duizenden jaren oude kunstmatige selectie. Daarbij werd ook specifiek gefokt voor veranderingen in het bewegingsapparaat. Met ‘s werelds grootste onderzoek naar het bewegingsapparaat van honden tot op heden, hebben we onderzocht wat de invloed van de fokkeuze had op het verkeer van de verschillende hondenrassen, vooral gezien bijvoorbeeld het feit dat er een veertigvoudige verschil in gewicht tussen Chihuahua of dashond en Grote Deen.

Of bewegen de honden, ongeacht hun ras, grotendeels op dezelfde manier? De focus van de eerste Jena studies op de motoriek van honden was daarom de vraag naar overeenkomsten en verschillen in de motoriek van verschillende hondenrassen. Hiervoor werden loopanalyses uitgevoerd bij 327 honden. Benadrukt moet worden dat er naast de Duitse onderzoeksstichting (DFG), rasverenigingen en de “Society for Cynological Research” (GKF) aanzienlijke financiële bijdragen zijn geleverd. Ook de Duitse Kennel Club (VDH) ondersteunde het onderzoek en maakte het boek “Honden in beweging” (Fischer & Lilje 2011) mogelijk.

Drie verschillende technieken werden gebruikt om voortbeweging te bestuderen: hoogfrequente videografie, marker-based motion analyse (Qualisysâ) en hoogfrequente biplanaire röntgenbeelden.

Sinds 2014 voeren we de “Heel Study on Joint Dynamics” uit. Voor het eerst worden de driedimensionale bewegingspatronen van de ledematen in lopen en draven met uitgebreide technologie gemeten en de zogenaamde inverse dynamiek berekend. Dit laatste laat toe om de prestaties in een gewricht te herkennen en het berekende werk van spieren te vergelijken met elektromyografische gegevens. Voor het eerst zullen ook de driedimensionale kinematica van vijf verschillende hondenrassen onderzocht worden.

De resultaten worden gepresenteerd en eerder niet herkende bewegingen in het knie- of schoudergewricht laten zien hoe de lichaamsstructuur de beweging van de ledematen beïnvloedt. In 2015 verscheen het boek “Lameness investigation in dogs” van Daniel Koch en Martin S. Fischer.

Tijdens het seminar worden de bevindingen van deze samenwerking tussen de bekende Zwitserse dierenarts en een functioneel morfoloog gepresenteerd. kernbeginselen 1.) Onze studie bewijst de uitgebreide overeenkomst in de motoriek van 32 hondenrassen en zelfs van Grote Denen of teckels in de parasagittale beenbegeleiding. Dit betekent dat alle onderzochte honden van opzij een grotendeels identiek bewegingspatroon vertonen. De verschillen tussen tien honden van hetzelfde ras zijn bijna altijd groter dan de gemiddelde waarden tussen de rassen. 2.)

Locomotie wordt niet altijd gegenereerd door spierwerk. Afhankelijk van het looppatroon wordt de energie op verschillende manieren teruggewonnen uit de beweging van het zwaartepunt van het lichaam als gevolg van de zwaartekracht. Om dergelijke verticale bewegingen van het zwaartepunt van het lichaam op een gecontroleerde manier te kunnen gebruiken, moeten de benen unisono zwaaien, d.w.z. werken met dezelfde paslengtes en pasfrequenties. Dit wordt alleen gegeven in de symmetrische gangen (lopen, passen en draven). De energiebesparende mechanismen werken het meest efficiënt tijdens de cyclische beweging. Manoeuvres zoals optrekken, remmen of zelfs van richting veranderen en springen zijn alleen mogelijk bij extra spierwerk. 3.)

De mechanismen van de beweging van de hond zijn daarom hoofdzakelijk gericht op het minimaliseren van energieverbruik en het intelligent gebruiken van zwaartekracht om energie te besparen. Voor een soepele, cyclische voortbeweging zijn geen complexe besturing en grote hersenprestaties nodig, maar intelligente mechanica. Dit kan bijvoorbeeld verstoringen als gevolg van oneffen terrein compenseren. In de vakliteratuur is de term ‘no-brainer’ geïntroduceerd (Daley, 2008). 4.)

Het “werk” in beweging is ongelijkmatig verdeeld tussen voor- en achterhand. Bij het lopen en draven overheersen zelfs de remkrachten aan de voorkant. Bij de gelijkmatige, cyclische voortbeweging komt de voortstuwing vooral van de achterste ledematen en hier vooral van het heupgewricht. Het draaipunt van de voorste ledematen bevindt zich ter hoogte van het heupgewricht in het bovenste derde deel van het schouderblad. Rond dit bewegende scharnierpunt, alleen geleid door spierkracht, wordt het schouderblad en daarmee het hele voorste ligament verplaatst.